GEB 100 Jaar
Op 16 mei 1885 werd met de exploitatie van de gemeentelijke gasfabriek begonnen en het eerste gemeentegas ontstoken. De fabriek lag op dezelfde plaats waar nu nog het Gemeente Energiebedrijf gevestigd is.
Eerder was er al een particulier gasbedrijfje geweest, dat was gelegen aan de Koningsstraat, hoek Neuweg.
De eerste bestemming van het gas, dat ongeveer 200 jaar geleden door Jan Pieter Minckelers (1748-1824) werd ontdekt, was verlichting. In de oudheid gebruikte men voor binnenverlichting kalkkaarsen. Via waskaarsen en olielampen was gasverlichting met gebruikmaking van zogenaamde gloeikousjes een geweldige vooruitgang.
De gaslamp heeft het intussen moeten afleggen tegen een electrische lamp, hoewel in menig caravan of ander vakantieverblijf de gaslamp (op butagas) nog wordt toegepast.
Tot aan 1850 ontbreekt het in het oude Hilversum geheel aan straatverlichting. In dat jaar sluit de gemeente een overeenkomst met een particulier voor het verlichten van de gemeente met olielampen. Op 30 december 1859 besluit de Raad tot het verlenen van een concessie voor exploiteren van een gasfabriek.
Op 14 maart 1860 wordt aan C.M.A. Hafkenscheid de concessie verleend met daaraan gekoppeld de opdracht tot verzorging van de straatverlichting, ook al omdat de olieverlichting onvoldoende was gebleken. Op 15 oktober 1860 wordt de fabriek in bedrijf genomen.
In oktober 1880 wordt de fabriek door storm zwaar beschadigd. Omdat de concessie maar voor 25 jaar was verleend besloot de particulier de vernielde en zwaar beschadigde gashouders alleen maar te herbouwen als een nieuwe concessie zou worden verleend. Dat is dus niet gebeurd en in 1885 begint de geschiedenis van het Gemeente Gasbedrijf.
In de vergadering van de Raad van 15 juli 1883 wordt een commissie benoemd om het gasvraagstuk nader onder ogen te zien. Men was besluitvaardig en kwam ook snel tot uitvoering van besluiten, want op voorstel van die commissie besluit de Raad al op 26 februari 1884 tot het oprichten van een Gemeentegasfabriek.
Als beste plaats voor de fabriek wordt aangewezen een terrein achter de Kleine Drift ter grootte van drie hectare. Het terrein lag toen nog buiten het dorp, op de hei.
Op 4 juli 1884 worden de plannen voor de nieuwe fabriek goedgekeurd en een gascommissie benoemd. Op 10 juli wordt het maken van de gebouwen aanbesteed, op 28 november volgt de aanbesteding van de levering van ovens en de zuiveringstoestellen met toebehoren en worden twee gashouders besteld.
Ook wordt de benodigde grond en materiaal verkregen voor het leggen van een rechtstreekse verbinding tussen de fabriek en het spoorweg-emplacement (de `sliplijn'). Op 15 maart 1885 treedt de eerste directeur, H.M. Andriessen, in funktie. Hij bereidt de aanleg voor van de straatverlichting en de particuliere dienstleidingen.
Al op 16 mei 1885 wordt met de exploitatie van de nieuwe fabriek begonnen en des nachts worden de eerste lantaarns, brandend op gemeente gas, ontstoken. De Gemeente Gasfabriek is daarmede een feit.
Op dat moment zijn er 203 aansluitingen, terwijl op 31 december reeds 260 gasmeters zijn geplaatst. Het eerste openbare verlichtingsplan omvat het plaatsen van 339 lantaarns.
De gasprijs wordt vastgesteld op 10 cent per m3 en reeds het eerste exploitatiejaar, waarin 392.735 m3 gas wordt geproduceerd, levert een winst op van
f 2.854, -.
Honderd jaar geleden was het gasbedrijf reeds rendabel en dat is sedertdien gebleven. Opmerkelijk is dat ook vandaag de dag soms de vraag nog gesteld wordt of investeringen van het bedrijf wel rendabel zijn.
Dat het goed gaat met het bedrijf blijkt wel uit de tariefsverlagingen die al spoedig worden doorgevoerd. Met ingang van 1891 wordt de prijs voor kookgas bepaald op 6 cent per m3 en voor straatverlichting op 54 cent per m3. In 1 894 volgt nog een verlaging tot 5 cent per m3.
Stelt u zich Hilversum zo'n goede 100 jaren geleden eens voor; slechts een begin van gasvoorziening; nog geen waterleidingnet, daarmee werd in 1886 begonnen; nog geen elektriciteitsnet, pas in 1898 werden daarvoor de concessie-voorwaarden goedgekeurd, omdat sommigen dachten dat dat strijdig was met de belangen van de gasfabriek. Bij al deze tekortkomingen ook nog een bovengronds riolenstelsel. Via open goten in of langs de rijweg liep het afvalwater weg. De technische en maatschappelijke ontwikkelingen zijn wel in een razend tempo voortgegaan.
De gemeente breidt zich sterk uit, en de gasfabriek groeit mee.
Om het gas binnen bereik van de minder draagkrachtigen te brengen wordt in 1894 de eerste muntgasmeter toegepast. In 1912 is in verband met de voortdurende stijging van het gasverbruik een installatie voor gecarbureerd watergas aangeschaft, de zogenaamde watergasfabriek.
Zag de toekomst voor de gasfabriek er rooskleurig uit, met de 1 e wereldoorlog komt daarin een onderbreking. Deze periode kenmerkt zich door een ernstig tekort aan brandstoffen maar hoewel de gasproduktie vermindert werd toch nog steeds winst geboekt.
Na deze zorgelijke periode volgt een tijd van geweldige groei. In 1919 wordt aan liet bedrijf ook het electriciteitsbedrijf toegevoegd. Overgenomen van het P.E.N. (Provinciaal Electriciteitsbedrijf Noord-Holland) nog wel. En hoewel de provincie al spoedig spijt krijgt van die overdracht en alles in het werk stelt dit zinvolle samengaan van nutsvoorzieningen weer ongedaan te maken, bestaat ze nog steeds. Het regeringsbeleid is nu gericht op de integratie van de energievoorziening zoals die in feite in Hilversum reeds lang bestaat.
In de twintiger jaren groeit het bedrijf uit tot een waar streekbedrijf. Achtereenvolgens wordt gas geleverd aan de ingezetenen van 's-Graveland, Kortenhoef en Ankeveen, toen nog afzonderlijke gemeenten. Loosdrecht volgt in 1931 en nog later krijgt Laren gas en-gros geleverd.
De crisisjaren, direct voorafgaande aan de 2 e wereldoorlog, hebben, althans volgens de statistieken, geen merkbare invloed op de gasproduktie. In 1940 zijn 20.600 meters in het net geplaatst, waarvan 11.000 muntgasmeters.
Op 1 mei 1931 neemt de gemeente ook de radiodistributie ter hand. Dit bedrijf wordt overgenomen van de N.V. Hilversumse Radiocentrale en toevertrouwd aan de zorgen van het gas- en electriciteitsbedrijf.
In 1943 wordt in opdracht van de bezettende macht de radiodistributie weer overgedragen aan de PTT en gaat een aantal medewerkers mee over. Niemand zal toen ooit gedacht hebben dat het bedrijf nog eens belast zou worden met de exploitatie van de CAI. (Dat is de Centrale Antenne Inrichting. Via de kanalen van deze inrichting worden beeld- en geluidssignalen doorgegeven aan de abonnees.)
Het jaar 1944 is een dieptepunt in de geschiedenis van de gasfabriek. De oorlogsjaren 1940 tot en met 1943 laten voor zowel de gasfabriek als het electriciteitsbedrijf een nog gunstige exploitatie zien, hoewel voor de verbruiker een rantsoenering is ingesteld.
Nadat in september 1944 door staking het vervoer per trein is stilgelegd, wordt begin oktober 1944 de levering van gas en electriciteit stopgezet. Er wordt namelijk vrijwel geen grondstof, steenkool, meer aangevoerd. Slechts een beperkt aantal instellingen, zoals ziekenhuizen, blijven in het genot van electriciteit, en natuurlijk de gebouwen waarin de bezetter huist.

In 1941 is aan de J. v.d. Heijdenstraat al een gascompressorstation in gebruik genomen dat methaangas ten behoeve van auto's kon leveren.
Auto's beschikken daartoe over een aantal cilinders of een grote ballon op het dak. Na de oorlog heeft het gebouw nog jaren dienst gedaan als tankstation voor de Esso.
De winter van 1944 op 1945, de zogenaamde hongerwinter, is niet alleen een donkere maar ook een koude winter. Op het bedrijf zitten enkele jeugdige medewerkers ondergedoken, die zich warmen aan kolen die op het terrein door de bezettende macht en voor eigen gebruik zijn opgeslagen. Voor de burgerij is er geen brandstof meer.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat het fabrieksterrein, waar in de loop der jaren veel sintelcokes waren ingewalst voor terreinverharding, door de omwonenden volledig wordt omgeploegd op zoek naar nog bruikbare cokes.
Ook is er in die barre tijd nog enige maanden een houtkloverij gevestigd op het terrein waar boomstronken worden gekloofd ten behoeve van de ouderen.

Na regen komt zonneschijn, na crisis weer opbloei. Vanaf 16 augustus 1945 wordt er weer gas geproduceerd. De na-oorlogse jaren kenmerken zich door een enorme opbloei. De gasfabrieken in Bussum en Huizen zijn aan het eind van hun latijn en worden gesloten. Met ingang van 1946 wordt dus ook aan deze gemeenten gas en-gros geleverd. Ook de administratie volgt nieuwe ontwikkelingen op de voet. Reeds in de beginjaren '50 wordt overgegaan tot vergaande mechanisering van de boekhouding.
Een eeuw geleden werd het gas in hoofdzaak gebruikt voor straatverlichting. Dat is nu niet meer zo.
Van de 868 gaslantaarns die in 1950 nog stonden opgesteld zijn de laatste 17 in 1962 vervangen door electrische lantaarns. Daarmee behoort de gasverlichting tot het verleden.

Een gasfabriek is een fascinerend bedrijf, altijd in beweging, altijd levendig en herkenbaar in de verre omgeving vanwege grote gashouders, fabrieksschoorstenen en kolommen stoom vanuit de blustoren. Grote bergen steenkool als grondstof, en enorme bergen cokes, als bijprodukt (cokes dient op zijn beurt weer als grondstof voor de watergasfabricage en stoomopwekking).
Een gierende transportbaan hoog in de lucht en een altijd lawaaischoppende cokesbreker en -sorteerder.
Zwaar en ongezond werk is het in de fabriek. De mensen achter de vuren, zijn altijd bezweet en staan steeds in de tocht vanwege de nodige ventilatie.
Berucht is het werk in de zuiverkisten. Koolgas wordt gezuiverd in grote gesloten bakken. die zijn gevuld met ijzeraarde, 'oer'. Is de oer verzadigd dan moeten de bakken geleegd worden. Dat is handwerk Daarna wordt de oer gelucht in de regeneratieloods.
Na enkele malen te zijn gebruikt, is de oer zo verzadigd (van in hoofdzaak zwavel) dat ze voor zuiveren niet bruikbaar meer is. Vanwege het hoge zwavelgehalte levert liet echter neer op dan nieuwe zuivere oer kost.
Voordat het gas door de oerkist gaat is ze een teer-afscheider al gepasseerd. Het koolteer wordt verzameld verkocht. In 1960 wordt zo 1473 ton koolteer verkocht.
Het gas komt ook nog door een ammoniakwasser. De ammoniak wordt afgevoerd naar de ammoniakfabriek maar in latere tijd geloosd op het riool. Men neemt het dan kennelijk nog niet zo nauw met het milieu.
De cokes worden doorgeleverd zowel aan de groothandel en de kleinhandel als aan de individuele consument.
Al met al een boeiend bedrijf. temeer daar het vele onderhoud dat zo'n bedrijf vergt grotendeels in eigen beheer wordt uitgevoerd.
Aan het eind van de jaren vijftig ontdekt men dat Nederland zich bevindt boven grote hoeveelheden aardgas.
De Hilversumse koolgasfabriek is juist aan een totale vernieuwing toe en men besluit het bedrijf te verrijken met een omvormingsinstallatie, met aardgas als grondstof. De calorische waarde van aardgas, circa 7850 cal., wordt daarin teruggebracht tot circa 4100 cal. per kubieke meter, de waarde van stadsgas.
Deze omvormingsinstallatie is een proefinstallatie.
Nadat gebleken is dat de installatie voldoet, wordt een groots plan opgezet om op de plaats van de oude ovenbatterijen een zeer modern gebouw te plaatsen dat ruimte zou bieden aan 5 omvormingsinstallaties. Het plan wordt aan de gemeenteraad aangeboden en de zeer vooruitziende Raad neemt een wijs besluit.
Men besluit namelijk het plan niet te aanvaarden, maar op korte termijn over te gaan tot de distributie van puur aardgas, met die hogere calorische waarde.
Echter, in april 1962 wordt de koolgasfabriek officieel gesloten en omdat de distributie van puur aardgas niet eerder dan in 1963 kan beginnen, wordt in de overgangstijd grote hoeveelheden dunne stookolie en vloeibaar propaan als grondstof verbruikt. Ook wordt jaarlijks 4.000.000 m3 gas van Amsterdam ingekocht.
Het jaar 1963 is het jaar van de ombouw. Door de ongeveer dubbele calorische waarde van aardgas moeten bij alle verbruikers de gastoestellen worden omgebouwd. Een gigantische klus, want er moeten ook grote nutsvoorzieningen worden getroffen. Hilversum loopt met deze ontwikkeling landelijk voorop.
Het betekent echter tevens het einde van de gasfabriek. Al die prachtige installaties worden gesloopt en verkocht. Zo voltooit zich de gedaanteverwisseling van gasfabriek tot gasbedrijf.
De voorheen wat saaie distributie van gas heeft zich inmiddels kunnen ontwikkelen tot een dynamisch bedrijfsonderdeel. Het stadsgas werd in hoofdzaak gebruikt voor stadsverlichting en in het huishouden. Het aardgas geeft veel meer mogelijkheden voor toepassing: grootschalig gebruik in handel en industrie en in het dagelijks huishouden een enorme verbetering van het wooncomfort door een vrijwel algemene toepassing voor verwarmingsdoeleinden. Er wordt nu gewerkt met gas onder hoge druk en grote regel- en verbruiksinstallaties vragen de aandacht. Ook ondergronds heeft het bedrijf een gedaanteverwisseling ondergaan. Het vanouds bekende gietijzer wordt niet meer toegepast en daarvoor in de plaats wordt overwegend kunststof (als er sprake is van hoge druk: geïsoleerd staal) toegepast.

De samenvoeging van gas. electriciteit en centrale-antenne-inrichting in één bedrijf heeft geleid tot een zeer efficiënte en moderne bedrijfsvoering. Was liet Gasbedrijf in 1885 al rendabel, in 1985 is het GEB dat nog steeds.
En wat de oude gasfabriek betreft, vele kenners denken er met weemoed aan terug, maar de omwonenden zullen er zeker niet om treuren dat de stoftroep tot het verleden behoort.
Menigeen moest vroeger even van de fiets af om een stofje uit het oog te halen. En dat is er nu niet meer bij.